Draadloos.

Je slaat je ogen op
er hangt iets in de lucht.

Een gedachte, die als een ademtocht
langs je wang strijkt,
je
lippen beroert.

Een tinteling kruipt langs je rug
en eindigt in je buik.
In je hoofd vormt zich een naam
en zachtjes spreek je hem uit.

Draadloos zijn we verbonden
op elk gewenst moment,
soms maakt het, soms heelt het
onze wonden,
het
is zoals ik jou en
 jij mij kent.